Archeologen leggen restanten priorijkerk van Groenendaal bloot

Onder de wandelpaden van het Zoniënwoud liggen de restanten van een grote abdij: de priorij van Groenendaal. De priorijkerk werd in de 18de eeuw gesloopt, maar dit najaar legden archeologen enkele ondergronds bewaarde muren, ruimtes en gewelven bloot.

© Stefaan Bockstal

© Stefaan Bockstal

Een half vervallen loods aan de rand van het Zoniënwoud. Weinig wandelaars vermoeden dat het de ruine is van een oude kloosterkerk. Het oude en vervallen gebouw is de onderkant van de vroegere kerk van de Augustijnenpriorij van Groenendaal. Die priorij werd in 1343 gesticht door de mysticus Jan van Ruusbroec. In 1783 werd de priorij opgeheven en de kerk gedeeltelijk afgebroken. In 1795 dienden de Oostenrijkers de priorij de genadeslag toe.

Goed bewaard

groenendaal_priorijkerk

© ANB

Hoe zag de kerk er vroeger uit? En welke relicten herbergt de ondergrond? Dat brachten archeologen dit najaar in kaart. Archeoloog Jan Coenaerts van ABO Group: “We groeven zeven proefputten in en rond de ruïne van de kerk, waarvan vandaag enkel het schip nog overeind staat. We hadden verwacht dat we op graven zouden stoten, maar dat was niet het geval. Wel legden we de voormalige pandgang bloot, dat is de gang die om het vierkante middenstuk van een klooster loopt. Ook het koor van de kerk is goed bewaard. Daarnaast vonden we putten vol gestort met puin. Dat zijn de restanten van de gesloopte kerk die op het einde van de 18de eeuw werd gesloopt.”

Restauratie?

© Marc Brion

© ANB

Het archeologische onderzoek kadert in de plannen om van de site een volwaardige onthaalpoort voor het Zoniënwoud te maken. De opgravingen zijn belangrijk om in te schatten in hoeverre een restauratie van de priorijkerk mogelijk is en welke bestemming het gebouw in de toekomst kan krijgen. Jan Coenaerts: “We brachten in kaart waar de restanten precies liggen en hoe diep ze gaan. In ons rapport geven we aan welke waardevolle relicten best bewaard worden. Maar ook waar de grond al verstoord is en in de toekomst eventueel werken kunnen uitgevoerd worden.”

Zeldzame vleermuizen

In het onderzoeksproject werkten verschillende partijen nauw samen: het Agentschap Natuur en Bos, het Agentschap Onroerend Erfgoed, de Vrije Universiteit Brussel, Toerisme Vlaanderen, de gemeente Hoeilaart, amateurarcheologen, natuurgidsen, lokale historici en andere vrijwilligers. De site is niet alleen een schatkamer van historisch erfgoed; in de onderaardse kloosterruimtes verblijven ook een tiental verschillende vleermuizensoorten, waaronder enkele zeldzame exemplaren.