Vissen

De kopvoorn heeft het in de IJse naar zijn zin

KopvoornTot het einde van de 19de eeuw kwam de kopvoorn in Vlaanderen vrij algemeen voor. Maar door waterverontreiniging en de rechttrekking en opstuwing van waterlopen hangt het zwaard van Damocles die vissoort boven het hoofd.

Daarom zetten het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en het Agentschap voor Natuur en Bos sinds 2008 gekweekte kopvoorn uit in de IJse, die in het Zoniënwoud ontspringt.

En daar heeft hij het best naar zijn zin. In de vrij natuurlijke loop van de IJse vinden de jonge visjes plekken met rustig water, terwijl de vissen van een jaar en ouder plaatsen met sneller stromend water opzoeken. De kopvoorn wordt ook jaarlijks uitgezet in de Laan en de Dijle, zodat hij het Dijlebekken opnieuw kan koloniseren.

Het driedoornige stekelbaarsje: klein maar dapper

Driedoornige stekelbaarsDit kleine visje, dat amper 5 centimeter lang wordt, zwemt in heel Vlaanderen rond. In zoet, brak, zout en zelfs in vervuild water voelt hij zich thuis. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is het driedoornige stekelbaarsje niet verwant met de baars, maar met de zeepaardjes en zeenaalden.

Opvallend zijn de drie stekels op zijn rug. De vis zelf is zilverkleurig met zwarte vlekken op de flanken. In de paartijd krijgt het mannetje een vuurrode buik en keel; zijn ogen worden dan blauwgroen. Op het menu staat een dieet van kleine waterdiertjes, zoals muggenlarven, watervlooien, nimfen van eendagsvliegen en visbroed.

Het visje leeft buiten het broedseizoen in flinke scholen, maar in het broedseizoen, tussen april en juni, wordt het mannetje territoriaal. Hij maakt op de bodem een nest van kleine plantendelen en probeert de vrouwtjes te overhalen hun eitjes in zijn nest te leggen. Als hem dat lukt, bevrucht hij de eitjes, verzorgt hij ze (door met zijn borstvinnen af en toe zuurstofrijk water toe te voeren) en bewaakt ze tegen belagers.