Insecten

Keert het vliegend hert terug naar het Zoniënwoud?

Vilda_52985_Opstijgend_Vliegend_hert_Jeroen_MentensHet vliegend hert is de grootste en meest indrukwekkende kever van ons land. Het volwassen mannetje heeft enorme tangvormige kaken en kan 7 of 8 centimeter groot worden. Het wijfje heeft kleinere kaken en wordt maar half zo groot. De larven leven vooral in eikenstronken, maar ook in vermolmd beuken- of kastanjehout. De metamorfose gebeurt pas na vier of vijf jaar. De volwassen insecten kruipen bij de eerste warme dagen van juni uit hun schuilplaats. Vliegende herten leven een kort maar intens leven. De mannetjes vechten om te bepalen wie het wijfje voor zich wint. De winnaar neemt haar tussen zijn kaken en dan is het tijd om te paren. Het wijfje graaft een gang en legt daar na twee weken een vijftiental eieren. In het Zoniënwoud is het vliegend hert al een aantal decennia niet meer gezien. In een woonwijk in Bosvoorde, op enkele honderden meters van het woud, heeft een kolonie zich toch kunnen handhaven. Door een aangepast beheer hopen de beheerders die beschermde soort opnieuw te mogen verwelkomen in het Zoniënwoud.

De lederloopkever: tuk op dood hout

Carabus_coriaceus11

Deze kever is bruin-zwart van kleur met een paarsachtige glans en kan tussen 2,5 en 4,5 centimeter groot worden. Hij heeft ruwe dekschilden. Dat waren oorspronkelijk vleugels die verhard zijn om het diertje te beschermen. Daardoor kan de lederloopkever niet meer vliegen, maar is hij wel geëvolueerd tot een prima loper. De lederloopkever is een roofdier dat zich vooral voedt met naaktslakken, huisjesslakken, larven van andere insecten en aardwormen. Hij is dol op onderhout, meer bepaald dode bladeren, die hij vindt onder stammen, afgevallen takken en oude boomstronken. Om de populaties van dat insect in stand te houden volstaat het dus om altijd genoeg dood hout op de bodem te laten liggen.

Platbuik bijt van zich af

PlatbuikDe platbuik is een algemeen voorkomende echte libel. Het is een pionierssoort die meestal te vinden is bij pas aangelegde poelen en plasjes. Het mannetje verdedigt zijn territorium vanop een uitkijkpost. Daar gebruikt hij takjes of riet voor. Rivalen van eigen soort worden verjaagd, maar ook andere libellensoorten moeten de duimen leggen. Hoe herken je de platbuik? Mannetjes zijn blauw berijpt op het achterlijf. Vrouwtjes zijn vaak bruinachtig met een lichtere tot gele kleur langs de zijkanten van het achterlijf.

De witvlakvlinder en zijn bonte rupsen

Rups_witvlakvlinder_shutterstockVlinders behoren tot de insecten die een volledige gedaanteverwisseling ondergaan. De witvlakvlinder is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de donsvlinders. Opmerkelijk aan die soort zijn de bonte rupsen. Die zijn op jonge leeftijd feller gekleurd dan wanneer ze volgroeid zijn. Vreemd genoeg blijken feller gekleurde jonge rupsen voor vogels moeilijker op te sporen, terwijl dat effect afneemt bij het opgroeien van de rupsen. De imago’s, dat zijn de volwassen vlinders, voeden zich niet meer en leven dus vrij kort, ook in het Zoniënwoud.

De smaragdlangsprietmot: blinkend in de zon

smaragdlangsprietmot_shutterstockEen van de talrijkste, vaakst gespotte vlindersoorten in het voorjaar is zonder twijfel de smaragdlangsprietmot. Het is een kleine dagactieve nachtvlinder met metaalachtige vleugels, die in het zonlicht blinken als een edelsteen. Deze vlinders voelen zich het lekkerst in hun vel in bossen, tussen april en mei. Ook in het Zoniënwoud kom je hen dan vaak tegen. De mannetjes kun je makkelijk herkennen aan hun zeer lange, witte antennes en hun ruige, zwarte haardos op de kop. De vrouwtjes daarentegen hebben wat kortere antennes, met korter, lichter gekleurd haar. De rupsen leven op de grond in een soort hoes, gemaakt van plantenresten waar ze zich ook mee voeden.