Paddenstoelen

Het Zoniënwoud telt duizenden soorten paddenstoelen. Maar vergeet niet: paddenstoelen plukken is niet toegelaten in het woud. Elk plantje, hoe klein ook, vervult immers een cruciale rol in het ecosysteem van het Zoniënwoud.

De geelwitte russula en de beuk: een onwrikbaar duo

geelwitte russula_shutterstockDe geelwitte russula tref je vaak in het Zoniënwoud. Vanaf de zomer vind je de paddenstoel bij vochtig weer onder de beuken. Je herkent die paddenstoel aan zijn geelachtige, glanzende en trechtervormige hoed. De hoed is het zichtbare deel van de paddenstoel: hier worden de sporen gevormd. Sporen zijn kleine ‘korreltjes’ die de paddenstoel nodig heeft voor zijn voortplanting. Een ander deel van de paddenstoel zit onder de grond: een netwerk van draden die de paddenstoel gebruikt om voedingsstoffen op te nemen. Die draden vergroeien met de wortels van bepaalde bomen, zoals de beuk, om de ‘mycorrhiza’ te vormen.

Zowel de russula als de beuk heeft baat bij die miniverbindingen. De paddenstoel krijgt suikers – die hij niet zelf kan aanmaken – van de beuk, terwijl de boom in ruil meer water krijgt en minerale zouten. Mycorrhiza zijn erg belangrijk om een bos gezond te houden. De groei en de levenskracht van de bomen verbeteren er immers door.

Tonderzwam: natuurlijke aansteker

Tonderzwam_in_KolmontbosTonderzwammen waren tot voor kort een zeldzame verschijning in het Zoniënwoud. Ze voelen zich enkel thuis op dik, dood hout en kwijnende bomen. Die werden vroeger systematisch uit het bos verwijderd en dat was niet naar de zin van de tonderzwammen. Sinds enkele jaren mogen dode en stervende bomen opnieuw hun gang gaan. En dat is een opsteker voor veel andere soorten, vooral kevers en paddenstoelen.

Ook de tonderzwammen doen het opnieuw goed. In het Zoniënwoud kun je twee soorten tonderzwammen vrij vaak terugvinden: de gewone tonderzwam (fomes fomentarius) en de platte tonderzwam (ganoderma lipsiense).
De naam ‘tonderzwam’ of ‘tondelzwam’ verwijst naar het vroegere gebruik: tot het begin van de 20ste eeuw werd tonderzwam gebruikt om vuur mee te maken. In een metalen doosje, de tondel, werden de fijngemalen zwammen bewaard. Een vuursteentje en een koolstofhoudende ijzeren ring deden de rest. Ook de 5.300 jaar oude ijsmummie Ötzi had tonderzwam bij zich.

De oesterzwam: recyclage avant la lettre

shutterstock_121298998De oesterzwam is een paddenstoel die je kunt herkennen aan zijn grijsblauwe tot grijsbruine hoedje. De voet is wit en loopt breder uit naar het hoedje toe. De lamellen zijn witgrijs en lopen af langs de steel. Ze produceren sporen of ‘minizaadjes’. De oesterzwam voedt zich enkel met houtvezels. Hij voelt zich dan ook alleen thuis op dode of stervende bomen – of ze nu nog rechtstaan of niet.

Als de boom stervende is, dan ligt dat nooit aan de oesterzwam. De paddenstoel profiteert gewoon van de aanwezigheid van hout dat al dood is om zich te voeden. Met een geleerde term noemen we dat een ‘saprofyt’. Saprofyten teren op plantaardige weefsels of dode dieren. Zo dragen die organismen bij tot de afbraak van organisch materiaal en de recyclage van minerale elementen.