Klimaatverandering speelt Zoniënbeuk parten

Indrukwekkende, kaarsrechte beuken die tot hoog in de hemel reiken, het Zoniënwoud heeft niet voor niets de bijnaam ‘beukenkathedraal’. Maar de opwarming van het klimaat zou dat vertrouwde beeld wel eens kunnen veranderen.

beukenkathedraal_2

© Yves Adams

74% van het Zoniënwoud bestaat uit beuken. De beuk is een typische boom voor een koelgematigd klimaat met zachte winters en veel regen, zoals het onze. Of toch: zoals ons klimaat lang geweest is. De laatste jaren zijn er namelijk verschillende veranderingen in het klimaat. En daar is de beuk niet mee gediend.

Vertraagde groei

Beuken zijn kwetsbare bomen. Ze kunnen niet zo goed tegen warmte en droogte. Maar de Zoniënbeuken worden daar steeds meer aan blootgesteld. Het bosmicroklimaat waarin ze leven is niet langer hetgeen ze gewend zijn, en dat heeft gevolgen. Daarom onderzocht Leefmilieu Brussel samen met drie Belgische universiteiten (ULB, KUL en ULG-Gembloux) en het Franse Agronomische Instituut (Inra) hoe het anno 2015 gesteld is met de beuken in het woud. Dat gebeurde via dendrochronologie, onderzoek via de groeiringen van de beuk. Het resultaat? De Zoniënbeuken vertonen sinds 1976 een vertraagde groei. Beuken zijn in hun nopjes bij natte lentes en zomers die niet te warm zijn, maar net die weersomstandigheden bleven sinds de jaren ’70 steeds vaker uit. Er waren vaker droge zomers met hittegolven en het regende minder in de lente. In de winter is er net meer neerslag dan vroeger en de buien worden heviger. Dat zorgt er allemaal voor dat de beuk zich minder op zijn gemak voelt.

Verdwijnt de beuk?

Veel van de beuken die nu de zuilen van de kathedraal vormen, staan al meer dan honderd jaar in het woud. Maar zelfs al kunnen beuken 500 jaar oud worden, dan nog zullen ze deels vervangen moeten worden, liefst door soorten die beter tegen de veranderende weersomstandigheden bestand zijn. De klimaatvooruitzichten voor de 21ste eeuw beloven de beuk immers niet veel goeds. Daarom streeft Leefmilieu Brussel naar een diverser bos: wintereik, linde, haagbeuk, kastanje, esdoorn, lork, den, het zijn maar enkele van de soorten die je binnen enkele jaren in grotere getale in het Zoniënwoud kunt bewonderen. Betekent dit dat de beuk, het paradepaardje van het Zoniënwoud, volledig verdwijnt? Helemaal niet. Aan de ene kant plant hij zich op vele plekken in het woud massaal spontaan voort. Aan de andere kant wordt hij ook aangeplant op koelere plaatsen, zoals in valleien en op noordelijke hellingen.

Kijk hier het onderzoeksrapport ‘Analyse de l’influence du changement climatique sur la croissance du hêtre en Forêt de Soignes’ in. 

Bekijk de reportage van Canal Zoom ‘La hêtraie cathédrale de Soignes en danger’