Ecoraster

14 september 2017: Update Zomer 2017

De werken aan het raster schieten goed op. Beide zijden van de ring vanaf het kruispunt Groenendaal tot aan de grens met Wallonië zijn zo goed als afgewerkt. Zodra het Ecoduct afgewerkt is en de grondaanvoer afgewerkt is wordt de aansluiting met het Ecoduct gemaakt. Aansluiting met andere faunapassages werden al gemaakt zoals bijvoorbeeld aan onderstaande faunabuis. Door de aansluiting met de tunnel volgen de dieren het raster tot waar er een opening is en daar kunnen ze de andere kant bereiken.

De dieren zullen wel tegengehouden worden door het raster maar sommige organismen hebben helemaal geen last van het raster, zie foto hieronder.

10 mei 2017: Update werken ecoraster

Er komen steeds meer en meer pallen langs de ring. De eerste 150 m van het traject zijn al voorzien van palen. De palen komen tot 2 m boven de grond uit en worden in de grond geklopt met behulp van een kraan.

4 mei 2017: Eerste palen ecoraster geklopt

Vandaag werden de eerste palen van het ecoraster langs de R0 en de E411 geklopt in de buurt van het ecoduct. De houtsoort van de palen is Robinia pseudoacacia en zijn afkomstig van FSC-gelabelde bossen.

 

 

18 april 2017: Start aanleg ecoraster langs R0 en E411

09 november 2014: Ecoraster langs L161 afgewerkt

Ter hoogte van de spoorlijn L161, op Brussels grondgebied, werd er in 2012 een ecoduct gebouwd in combinatie met een raster. In het kader van project OZON werd afgelopen maand een aanvullend ecoraster geplaatst op het Vlaams Gewest. Dit raster loopt tot aan het station van Groenendaal en sluit perfect aan op het ecoraster van het Brussels gewest. Hierdoor zullen de dieren de spoorlijn enkel nog kunnen oversteken via het ecoduct en zal het aantal aanrijdingen tussen treinen en overstekend wild in het Zoniënwoud afnemen. In de toekomst zal OZON ook wildrasters realiseren langs de ring rond Brussel.

Ecorasters, ook wel wildrasters genoemd, zijn speciale rasters of hekken die worden geplaatst langs verkeersassen. Ze verhinderen dieren om wegen over te steken en geleiden ze naar veilige oversteekplaatsen zoals een ecoduct of tunnel. Ecorasters hebben een hoogte van ongeveer 2 m en zijn van een gecombineerde type: een draad met grof raster bovenaan en een fijnmazig raster onderaan om ook kleine diersoorten tegen te kunnen houden. Het raster is ook ingegraven in de bodem om gravende soorten te weren. Dieren die toch aan de verkeerde kant van het hek terecht komen, kunnen via dassenpoortjes of insprongen het bos opnieuw bereiken.