De bodem van het Zoniënwoud

Al meer dan tienduizend jaar ligt de bodem van het Zoniënwoud er onaangeroerd bij. Dat is uniek in Noord- en Midden-België. Nergens anders vind je een uitgestrekt woud waar nooit aan landbouw is gedaan en de begrazing beperkt bleef. “De Zoniënbodem is een bijzonder waardevol tijdsdocument en een patrimonium dat we moeten koesteren”, beklemtoont bodemdeskundige Roger Langohr.

fw120.inddHet Zoniënwoud behoort tot de wouden met de meest productieve beuken ter wereld. De bomen in het woud groeien bijzonder snel. Hoe dat komt? De verklaring ligt onder het aardoppervlak van het woud.

“Om de natuur te begrijpen moet je hoofdzakelijk rekening houden met drie elementen”, legt bodemdeskundige Roger Langohr uit. “Het klimaat, de bodem en de geschiedenis. Het woud ligt pal in de leemstreek, die zich uitstrekt over Midden-België, van Bergen tot Luik en van Mechelen tot Charleroi. Al van voor de Romeinse tijd werd in deze regio volop aan landbouw gedaan. Enkel het Zoniënwoud bleef daarvan al die jaren gespaard. Dat maakt het bos tot een van de weinige plekken in Noord- en Midden-België waar de bodem nooit bewerkt is.”

Woelen

Dat de Zoniënbodem vandaag authentiek is, hebben we te danken aan de graven van Leuven en later aan de hertogen van Brabant. Zij gebruikten het Zoniënwoud tot in de 18de eeuw als jachtgebied en productiebos voor hout en kool. Wie er het bosreglement uit die tijd op naslaat, komt te weten dat begrazing wel toegelaten maar beperkt was. Roger Langohr: “Van de middeleeuwen tot 1830 werden veel bossen begraasd door schapen, varkens, paarden en koeien. Maar vee heeft een invloed op de bodem. De mest brengt meer stikstof in de grond en dat trekt onder meer regenwormen en mollen aan. Die woelen de bovenste laag om. In het Zoniënwoud is dat nagenoeg niet gebeurd en daardoor werd het authentieke bodemprofiel bewaard.”

Vruchtbaar
BPEB14_BAT_NL.indd

Of op een bodem aan landbouw is gedaan, kun je nog eeuwen later zien. Roger Langohr: “In het Meerdaalwoud bij Leuven bijvoorbeeld deden de Romeinen aan landbouw. Dat zie je vandaag nog aan het bodemprofiel. De bovenste humuslaag is er dikker en vruchtbaarder dan in het Zoniënwoud. Daar zijn de bovenste lagen bijzonder arm aan nutriënten en daardoor erg zuur. De zuurtegraad behoort tot de hoogste van België, hoger zelfs dan op de Ardense plateaus. Dat de bomen van het Zoniënwoud toch zo goed groeien, hebben ze te danken aan de metersdikke laag kalkrijke leem die hier tijdens de ijstijd is afgezet. Die is bijzonder vruchtbaar en dooraderd met boomwortels.”

Ook uniek is dat in het Zoniënwoud door de eeuwen heen zo goed als geen erosie is opgetreden. Daardoor is het reliëf vrijwel intact gebleven. Zo zie je nog de meanders die ontstaan zijn door sneeuwdooi in de ijstijd. Roger Langohr: “Nergens anders in de leemstreek van West-Europa vind je zo’n uitgebreide variatie aan authentieke landschappen op één plek: valleien, hellingen, plateaus…”

Bedreiging
fw120.indd

De bodem van het Zoniënwoud is uniek, maar dat maakt hem ook kwetsbaar. “De grootste bedreiging is niet de klimaatverandering, maar wel het betreden van de bodem en de bosexploitatie met grote machines”, weet Roger Langohr. “Een voorbeeld: in de jaren zeventig mochten ruiters in bepaalde zones tussen de bomen rijden. Tijdens de droge zomer van 1976 stelden de bosbeheerders vast dat heel wat bomen aan het afsterven waren, vooral op die plekken. Wat bleek: door het veelvuldig getrappel van de paarden was de bodem verdicht. Water en lucht drongen niet meer door tot bij de wortels, die afstierven. Toen dat aan het licht kwam, stelden de beheerders onmiddellijk het verbod in om de paden te verlaten. Maar als de bodem is samengedrukt, duurt het herstel tientallen jaren. Daarom is het zo belangrijk dat recreanten enkel op de paden genieten van dit magistrale woud. Het is een goede zaak dat de beheerders van het woud vandaag maatregelen nemen om de schadelijke gevolgen van bosexploitatie en recreatie te voorkomen.”

Verticale doorsnede van een leembodem van het Zoniënwoud

fw105.indd1) Laag van afgestorven bladeren.
2) Dunne laag humus.
3) Laag met talrijke wortels tot een diepte van 30 à 40 centimeter.
4) ‘Barstensysteem’ met verticale aders, op een diepte tussen 40 en 120 cm. De boomwortels moeten door die smalle aders dringen om de diepere leemlaag te bereiken.
5) Onderste leemlaag van 120 cm tot 4 meter diep. De wortels bereiken hier de nog kalkrijke, vruchtbare leem die in de ijstijd is afgezet. Die laag zorgt ervoor dat de Zoniënbomen zo goed groeien.

 

Lees meer in het artikel van Roger Langohr ‘Het Zoniënwoud, uniek voor aardwetenschappen en archeologie’.