Het woud beschermen

Het Zoniënwoud is een schatkamer van zeldzame biotopen en typische bostypes. Om die te beschermen zijn de meest waardevolle delen van het bos aangeduid als bos- of natuurreservaat.

 Vijf natuurreservaten

In het Zoniënwoud liggen vijf natuurreservaten: Verdronken Kinderen, Rood Klooster, Vuilbeek, Drij-Borren en Pinnebeek. In die bedreigde habitats stellen de beheerders van het woud alles in het werk om de biodiversiteit te beschermen.

Drie bosreservaten

Het Zoniënwoud telt ook drie bosreservaten. In het bosreservaat van het Rood Klooster werken de beheerders aan het behoud van het eikenbos met hyacint, een typisch bostype voor het Zoniënwoud.

In de integrale bosreservaten van Joseph Zwaenepoel en de Gripensdelle mag het bos natuurlijk evolueren. Er wordt op geen enkele manier ingegrepen, behalve als de veiligheid langs boswegen op het spel staat.

Europa houdt natuur mee in stand

De Europese Habitatrichtlijn is ook voor het Zoniënwoud een opsteker. Met de Habitatrichtlijn wil Europa de rijke Europese biodiversiteit ook in de toekomst garanderen en de natuurlijke habitats en wilde planten en dieren in stand houden. De lidstaten moeten daartoe beschermingszones afbakenen. Elk gewest vertaalt die ‘instandhoudingsdoelstellingen’ naar structurele maatregelen.

In het Zoniënwoud gaat de aandacht vooral naar:

–          behoud van dode of holle bomen (zolang ze de veiligheid van bezoekers niet in het gedrang brengen)

–          behoud van liggende dode bomen

–          ecologische ontsnippering boven of onder de verkeersassen die het woud doorkruisen

–          bescherming van aangrenzende natuurgebieden

–          verbinding met andere bossen verbeteren

–          delen van het bos op natuurlijke wijze laten evolueren

–          ontwikkeling van ecotopen met behoud van open plekken in het bos en trapsgewijs aangelegde bosranden