Waarom kappen we bomen: deel 2

Wandelaars en fietsers kijken vaak raar op wanneer ze zien dat er bomen worden gekapt in het Zoniënwoud. Mag dat wel? En waarom wordt dat toegelaten? Zulke vragen moet boswachter Nicolas Bronchain van het Département Nature et Forêts geregeld beantwoorden.

kappen bomen Zoniënwoud

©Sophie Vercammen

In de herfst en winter, wanneer vele dieren verzonken zijn in een diepe slaap, mogen er – onder het toeziend oog van de boswachters – bomen gekapt worden. Maar hoe wordt bepaald welke bomen sneuvelen?

Te veel bomen, hoge bomen of vallende bomen

Een bos met te veel bomen: het bestaat. “Wanneer bomen te dicht op elkaar staan, kunnen hun stammen niet breder worden. Door een deel van de bomen te kappen, maken we meer plaats. Het lijkt misschien tegenstrijdig maar alleen zo geven we de bomen de kans om voluit te groeien”, aldus Nicolas Bronchain.

Te hoge bomen moeten er ook aan geloven. Ze vangen niet alleen veel wind, maar verhinderen dat jongere bomen kunnen genieten van een straaltje zonneschijn. En dat licht hebben ze nodig om te groeien.

Zieke bomen die dreigen om te vallen en een gevaar vormen voor de bezoekers worden meteen verwijderd, behalve in de zones die als bosreservaat beschermd zijn. “We willen koste wat het kost vermijden dat wandelaars, fietsers of auto’s onder een vallende boom terechtkomen.”

Verboden in de lente en zomer

De boswachters kappen de bomen niet zelf. Ze worden verkocht aan houthandelaars. Die moeten zich houden aan strenge regels. “In de lente en zomer, wanneer de bosbewoners hun nesten bouwen, is het bijvoorbeeld verboden om bomen te kappen.” Firma’s die de regels overtreden, zijn niet meer welkom in het woud.