Waarom kappen we bomen in het Zoniënwoud?

Waarom bomen kappen als ze nog gezond zijn? Dat is een vraag die de beheerders en boswachters van het Zoniënwoud vaak krijgen. Het antwoord is duidelijk: er wordt alleen gekapt als er goede redenen voor zijn.

Waarom kappen we bomen?

© Sophie Vercammen

Vallei van de Verdronken Kinderen

Verscholen in het Zoniënwoud ligt een uitzonderlijke plek: het natuurreservaat Vallei van de Verdronken Kinderen. Deze vochtige, bosrijke vallei is een paradijs voor zeldzame dieren en planten. De kuifeend de alpenwatersalamander en de beschermde bittervoorn voelen zich hier helemaal thuis. Door de talrijke wellen groeit er ook bittere veldkers en grote egelskop. Het team van Leefmilieu Brussel zorgt ervoor dat die weelderige, unieke natuur behouden blijft. Daarom haalt het bijvoorbeeld exotische planten weg en maakt het de vijvers leeg.

Ook onze voorouders vonden de vallei een paradijs. Op het kruispunt van de Tumuliweg en de Tweebergenweg vind je twee tumuli en de resten van een vijfduizend jaar oude neolithische vestiging liggen aan weerszijden van de Tweebergenweg. Maar om dat stukje erfgoed zo goed mogelijk te bewaren, moet soms drastisch ingegrepen worden. Frederik Vaes van Leefmilieu Brussel: “We kappen dikke en instabiele beuken omdat die bij hevig stormweer gemakkelijk omvallen en door hun grote wortelkluiten het oorspronkelijke bodemprofiel dreigen te verstoren. In het verleden hebben ontwortelde bomen de bodem en de resten van de neolithische site al ernstig beschadigd.”

Eenmalige actie

Door de beuken te kappen, krijgen grove dennen, berken en struikheide meer kansen om te groeien. “Naaldbomen, berken en eiken zijn stabielere bomen die stevige stormen kunnen doorstaan. De grove den en de heide beschermen ook de bodem. Ze verzuren de ondergrond, waardoor regenwormen en andere bodemdiertjes niet wroeten in de aarde. Zo blijft het bodemprofiel intact”, legt Frederik Vaes uit.

Leefmilieu Brussel benadrukt dat het om een eenmalige grootschalige actie gaat. “In de toekomst zullen we alleen enkele bomen of boomgroepjes kappen, zodat het bos zich stap voor stap kan verjongen.”

Veilig naar de overkant

Binnenkort zal het uitzicht aan beide kanten van de Brusselse Ring helemaal anders zijn. Tussen Groenendaal en Waterloo wordt naarstig gewerkt aan een ecoduct. Dat maakt deel uit van het Europese Life+ Ozon-project, dat de versnippering van het Zoniënwoud wil tegengaan. De eerste steen werd gelegd op 26 september 2016 en het project moet tegen eind  2017 rond zijn. Steven Vanonckelen, projectleider Life+ Ozon van het Agentschap Natuur en Bos: “Het ecoduct moet de dieren veilig naar de overkant brengen. Om te vermijden dat ze toch op de snelweg sukkelen, plaatsen we een ecoraster over een afstand van 25km. Dat is een hekwerk van twee meter hoog langs de kant van de snelwegen R0 en E411. Voor dat ecoraster moeten er bomen sneuvelen. Tegelijk is het een kans om een brede bosrand aan te leggen. Daarmee komen we tegemoet aan de Europese Natuurdoelen die we ons in het kader van Natura 2000 hebben gesteld. Want in de plaats komen er struiken, de ideale habitat voor heel wat bosbewoners.”

Voor meer info over het Life+ Ozon-project, vind je hier