Bouw van het ecoduct

U bevindt zich vlakbij het eerste ecoduct over de Brusselse Ring, gelegen naast de voormalige renbaan van Groenendaal. Het werd gebouwd tussen mei 2016 en mei 2018 door BAM Contractors NV in opdracht van het Agentschap Wegen en Verkeer en het  Agentschap voor Natuur en Bos. De totale kostprijs bedroeg om en bij de 6,6 miljoen euro.

De voorbereidende werken startten in de zomer van 2016. De taluds langs de snelweg en bovenlaag van de bodem werden zorgvuldig afgegraven en ter plaatse gestockeerd. Deze waardevolle grond met lokale zaden en humus werd later teruggeplaatst bovenop en rondom de brug. Er werden tijdelijke rijstroken aangelegd om de hinder voor het verkeer tijdens de werkzaamheden te beperken.

In de winter van 2016 – 2017 werden 122 funderingspalen met een diameter van 1 meter geboord (40 per landhoofd, elk 16,7 meter diep, en 42 voor de middenpijler, elk 11,5 meter diep). De bewapening  en betonwerken van beide landhoofden en middenpijler volgden in de lente van 2017 (foto 2).

©Life+ OZON – Bovenaanzicht funderingswerken, gestockeerde lokale gronden en tijdelijke rijvakken

©Life+ OZON – Bekisting van de middenpijler

In de zomer van 2017 werden 58 draagbalken geplaatst. Eén balk weegt 40 ton en heeft een lengte van ongeveer 25 meter. Eerst werd de overspanning geplaatst over de binnenring (kant renbaan) zodat alle verkeer vervolgens hieronder kon geleid worden en dezelfde werken konden gebeuren aan de kant van de buitenring.

©Life+ OZON – Plaatsing draagbalken

Zo ontstond een brugdek van ongeveer 3000m²: 60 meter breed op 50 meter lang. De randen van het brugdek werden afgezet met gele sierrandelementen. De kleur verwijst naar de lokale zandbodem Brusseliaan (ook wel zavel genoemd), kenmerkend voor het Zoniënwoud.

©Life+ OZON – Gieten van beton bovenop het brugdek

©Life+ OZON – Plaatsing sierrandelementen

Tijdens de werkzaamheden werd in totaal ongeveer 100.000m³ grond aangevoerd uit naburige werven. Deze grondaanvulling zorgt voor een vloeiende aansluiting op  het omliggende landschap, en maakt de brug daardoor toegankelijk voor de vele doelsoorten.

©Life+ OZON – Grondverzet rondom het ecoduct

Beide kanten van de middenpijler werden ingekleurd door graffiti-artiest DZIA. De afgebeelde dieren als vleermuizen, loopkevers, amfibieën en zoogdieren zijn de doelsoorten van het ecoduct.

©Life+ OZON – Graffiti door DZIA op middenpijler

 

Inrichting bovenop ecoduct

Ecoducten, ecotunnels en faunabuizen worden aangelegd om het versnipperde leefgebied van dieren te vergroten. Een ecoduct is de ingreep met de meest brede ecologische werking. Haar omvang en doordachte inplanting in het landschap maken het mogelijk een aangepaste inrichting en toeleiding te creëren waar meerdere diersoorten tegelijkertijd kunnen van genieten. Dat is zeker het geval bij Ecoduct Groenendaal.

De taluds naast de gele sierranden schermen het brugdek af van het licht van voorbijrijdende wagens. Het creëert een aangename omgeving voor lichtschuwe vleermuizen die werden waargenomen in de omgeving. Door de zuidelijke oriëntatie van deze taluds kunnen reptielen als de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) erop zonnen en voedsel vinden. Ze zijn bezaaid met bloemen die talloze insecten, rupsen en spinnen aantrekken waar deze reptielen op verlekkerd zijn.

Naast de taluds wordt een groen scherm van struiken aangeplant van onder meer hazelaar (Coryllus avellana), sporkehout (Rhamnus frangula) en sleedoorn (Prunus spinosa). Deze zorgen mee voor de verduistering van het brugdek en doen dienst als voedselboom voor bijen en vogels of als waardplant voor dagvlinders en motten. Die laatste staan dan weer op het menu van vleermuizen. Loopkevers en kleine zoogdieren vinden een schuilplaats in dit struikgewas.

©Yves Adams – Vleermuizen als de laatvlieger vinden beschutting voor licht, oriëntatiepunten en voedsel rond en bovenop het ecoduct

Een reeks hoogstammige boomsoorten als winterlinde (Tilia cordata) en zomereik (Quercus robur) zorgen voor een lijnvormige structuur bovenop en rond de brug. In de omgeving waargenomen vleermuizen als de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en laatvlieger (Eptesicus serotinus)  oriënteren zich op dergelijke lijnenelementen.

Een doorlopende stobben- en stammenwal verbindt de beide kanten van de weg. Reptielen kunnen er schuilen, opwarmen en voedsel vinden op en tussen dit dood hout. De talrijke soorten loopkevers die reeds werden waargenomen in de omgeving van de brug kunnen erin nestelen.

©Ludo Goossens – Zonnende levendbarende hagedis op dood hout

©Andreas Baele – Goudglanzende schallebijter, zeldzame soort loopkever waargenomen in omgeving van ecoduct

Poelen bieden een voldoende vochtige leefomgeving voor amfibieën. Ze zijn gelegen aan weerszijden en verbonden door een vochtige zone bovenop de brug. Verderop in het bos zijn poelen aangelegd die dienen als stapstenen naar het ecoduct en de andere kant van de autosnelweg.

©Yves Adams – Bruine kikker (Rana temporaria) in poel

De open vlakte bovenop de brug maakt het ook toegankelijk voor een groter zoogdier als de ree, die van nature nogal schuw is en graag het overzicht houdt.

©Life+ OZON – Ree waargenomen langs R0 ter hoogte van renbaan Groenendaal

 

Inrichting rondom ecoduct

Langs de autosnelwegen R0 (ring rond Brussel) en de E411 doorheen het Zoniënwoud werd in totaal 24 kilometer ecoraster geplaatst. Deze omheining verbindt meerdere oversteekplaatsen onder (ecotunnels en faunabuizen) en over de autosnelwegen (ecoduct en boombrug). Het raster heeft een dubbele functie: dieren geleiden naar veilige oversteekplaatsen en een veilige verkeerssituatie creëren voor de tienduizenden automobilisten die dagelijks doorheen het Zoniënwoud rijden. Het raster is twee meter hoog, ingegraven in de grond, voorzien van fijnmazige gaas onderaan en amfibieënschermen aan de ingangen van het ecoduct. Daarmee geleiden we de verschillende doelsoorten in de juiste richting.

©Life+ OZON – Ecoraster ter hoogte van R0 doorheen het Zoniënwoud

Een kudde van een 8-tal Schotse hooglanders begraast ongeveer 24 hectare (ofwel 48 voetbalvelden) grasland, ruigte en bos rondom de westkant van het ecoduct. Deze runderen overleven jaar in jaar uit op eigen kracht in de natuur. Ze houden het landschap half open door houtige gewassen te snoeien, te eten en te vertrappelen tijdens de kiemfase. Door de gesloten grasmat open te trappen stimuleren ze tegelijk ook de ontwikkeling van allerlei kruidige en houtige gewassen. Ze verspreiden zaden via hun vacht en hun mest. Hun uitwerpselen bevatten geen medicijnen waardoor paddenstoelen en mestkevers er ten volle van genieten.

In 2017 en 2018 werden ongeveer 10.500 struiken en bomen geplant in de omgeving van het ecoduct. Aangeplante soorten als gelderse roos (Viburnum opulus), rode kornoelje (Cornus sanguinea), lijsterbes (Sorbus aucuparia) en veldesdoorn (Acer campestre) leveren voedsel voor insecten, vogels en zoogdieren. Deze zullen zich met wat hulp van de Schotse hooglanders de komende jaren op een natuurlijke manier verder verspreiden en zo de voormalige renbaan van Groenendaal verder laten evolueren naar een halfopen graslandschap met soortenrijke bosranden die bijdragen tot de biodiversiteit van het Zoniënwoud.

©Paul Busselen – De bloemen en vruchten van de veldesdoorn zijn geliefd door bijen en andere insecten en vogelsoorten

Een aantal gebouwen in de omgeving van het ecoduct herinneren ons aan de voormalige renbaan van Groenendaal. Ze doen vandaag dienst als verblijfplaats voor vleermuissoorten waargenomen in de omgeving, zoals bijvoorbeeld de bosvleermuis (Nyctalus leisleri). Zo werd de zolder van de Koninklijke Loge ingericht als zomerverblijfplaats en de kelders van de afgebroken tribune als winterverblijfplaats. Ze werden ontoegankelijk gemaakt voor mensen.

©Life+ OZON – De zolder van de koninklijke loge werd ingericht als zomerverblijfplaats voor vleermuizen

 

Ontoegankelijkheid ecoduct

Een ecoduct functioneert pas goed als de verschillende functies voor dieren ingevuld zijn. Jammer genoeg kan de mens daar wel eens roet in het eten gooien door dieren onbewust weg te jagen, (geur)sporen achter te laten die dieren afschrikken, schuilplaatsen te vernielen of voedsel weg te nemen. We rekenen op uw verantwoordelijkheidszin en goede wil om de brug niet te betreden en de oversteek te maken via de voorziene tunnels in de omgeving. Zo respecteren we samen de natuurlijke biotoop van dieren bovenop en rond de brug.

We houden u graag verder op de hoogte over de actualiteit van het ecoduct en het ontsnipperingsproject OZON via www.zonienwoud.be/lifeozon.

Ecoduct Groenendaal en andere ontsnipperende maatregelen (ecotunnels, faunabuizen en ecoraster) in het Zoniënwoud werden gerealiseerd in het kader van het project Life+ OZON. Het project liep in de periode juli 2013 – juni 2018. Het Europese structuurfonds Life+ voorzag  financiële steun (3.3 miljoen euro) op een totaal budget van om en bij de 11 miljoen euro.

Het project was een samenwerking en medefinanciering van het Agentschap voor Natuur en Bos, het Agentschap Wegen en Verkeer, het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid en Leefmilieu Brussel. Ook de gemeenten Hoeilaart, Overijse en Tervuren namen een deel van de financiering op zich. Het Département de la Nature en des Forêts (Wallonië), het United Nations Environment Programme en gemeente Sint-Genesius Rode ondersteunen het project symbolisch.