De best beschermde delen van het Zoniënwoud maken deel uit van de Unesco Werelderfgoedlijst, als onderdeel van een groep van in totaal 94 uitzonderlijke beukenwouden in 18 Europese landen. Het Werelderfgoedcomité heeft deze wouden erkend omdat ze gezamenlijk getuigen van de uitzonderlijke evolutie en impact die het beuken-ecosysteem in Europa heeft gekend sinds de laatste IJstijd.

In 2007 had Unesco al ongerepte beukenwouden erkend in Oekraïne en Slovakije. Deze beperkte groep werd in 2011 uitgebreid met Duitse beukenwouden. Sinds 2017 werd de groep verder vervolledigd met beukenwouden in Albanië, Bulgarije, Italië, Kroatië, Oekraïne, Oostenrijk, Roemenië, Slovenië, Spanje en dus ook met de best beschermde delen van het Zoniënwoud in België.

In 2021 werd deze reeks opnieuw uitgebreid met maar liefst 6 nieuwe partnerlanden: Bosnië en Herzegovina, Tsjechië, Frankrijk, Noord-Macedonië, Polen en Zwitserland.

Door deze uitbreiding worden 15 nieuwe beschermde gebieden aan het netwerk toegevoegd. Hierna kunnen er nog meer kostbare bosgebieden in andere landen volgen. Het hele Werelderfgoed omvat de weinige overgebleven Europese oerbeukenbossen en eeuwenoude Europese beukenbossen, die door de mens vrijwel onveranderd zijn gebleven.

Deze werelderfgoedreeks is momenteel het grootste werelderfgoed. Het is een werelderfgoed met een toekomst, dat blijft groeien. Een meesterwerk in voortdurende ontwikkeling, zonder grenzen.

Werelderfgoederkenning gebaseerd op strenge internationale selectie

De uitbreiding is het resultaat van een internationaal onderzoeksproject. Daarbij werd onder meer rekening gehouden met de ligging, de bodem, het klimaat, de genetische diversiteit van de beuken. Aan de hand van deze elementen werd Europa onderverdeeld in 18 regio’s met eigen karakteristieken. België behoort tot de regio van de Atlantische beukenbossen. Voor de Atlantische regio werd trouwens enkel het Zoniënwoud opgenomen in de groep.

Bosreservaten als venster op de oerwouden

Niet het volledige Zoniënwoud is als werelderfgoed erkend. Het gaat specifiek om vijf delen die als integraal bosreservaat zijn aangeduid en die zich bevinden in het Joseph Zwaenepoel reservaat, Grippensdelle en het réserve forestière du Ticton. In deze delen van het Zoniënwoud gebeurt geen enkel beheer meer en ze zijn gekenmerkt door een zeer volledige samenstelling met uitzonderlijk oude bomen en een uitzonderlijk rijke biodiversiteit. Op deze manier kan deze ‘keten’ van werelderfgoed als venster dienen op wat oerwouden en oude wouden in Europa zijn. Dit erfgoed vertelt het verhaal van de beuk, één enkele soort die het oerbos van een volledig continent uitmaakte. De beuk is na de laatste ijstijd vanuit Centraal en Zuid Europa stap voor stap naar het Noorden opgeschoven, en domineert vandaag de natuurlijke bossen in het overgrote deel van Europa. Dat is uniek in de wereld.

Uniek verhaal voor ons land

De erkenning van natuurlijk werelderfgoed is ook uniek voor ons land. Al het werelderfgoed dat ons land tot nog toe rijk is, is door de mens gemaakt. Het wordt met andere woorden gecatalogeerd als het ‘cultureel’ werelderfgoed. Het Zoniënwoud is één van de laatste ongeschonden stukken bos, en is daarom ingeschreven als ‘natuurlijk’ werelderfgoed.

Daarenboven is het Zoniënwoud het enige bos dat zowel in Brussel, Vlaanderen en Wallonië is gelegen.  Daarom is een gezamenlijke ‘structuurvisie’ opgesteld, waarbinnen ook deze nominatie van werelderfgoed tot stand gekomen is. Dit dossier is het resultaat van een zeer nauwe samenwerking tussen elk van de drie gewestelijke bosbeheerders en elk van de drie erfgoeddiensten. Sinds 2014 werken deze zes administraties intensief samen binnen zowel ons land als binnen het Europese netwerk rond beukenwouden. De erkenning als werelderfgoed is meteen ook een erkenning voor de samenwerking, en kan de verdere afstemming van het behoud en beheer alleen maar versterken.

Unesco secretariaat voor oude beukenbossen in België

Sinds 2020 onthaalt Stichting Zoniënwoud het Unesco secretariaat voor primaire en oeroude beukenbossen in de Karpaten en andere delen van Europa. En dit voor een periode van vier jaar.