De hittegolven van de zomer van 2026 hebben een zware impact gehad op de bossen. Zoals overal zal het risico op brand groot blijven wanneer dergelijke klimaatgebeurtenissen zich opnieuw voordoen. Maar de kans dat een beginnende brand uitgroeit tot een grote bosbrand (zoals die in de Hoge Venen of in het bos van de Gironde in Frankrijk) is in het Zoniënwoud aanzienlijk kleiner. En iedereen kan er concreet toe bijdragen om de risico’s te verminderen.
Een gunstige situatie
Een vochtig microklimaat
We hebben het allemaal kunnen vaststellen: het Zoniënwoud is tijdens hittegolven een prachtige plek om verkoeling te zoeken. De temperatuur ligt er enkele graden lager. Waarom?
Meer dan 90% van het bos bestaat uit loofbos met een aaneengesloten bladerdek. De dichtheid van het bladerdek zorgt voor schaduw, terwijl de evapotranspiratie van de bomen bijdraagt aan het creëren van een vochtigere, en koelere, omgeving.
De porositeit van een niet-verdichte bodem is groot (ongeveer 50%); de organismen die in de bodem leven, bestaan voor ongeveer 70% uit water en helpen de bodem vochtig te houden. Denk aan schimmels, bacteriën, insecten, mossen en mycorrhiza’s* die de bomen helpen om water op te nemen. Groot dood hout en habitatbomen bieden onderdak aan een belangrijk deel van dit leven. Een dikke boomstam op de grond kan honderden liters water opnemen en dit vervolgens langzaam weer afgeven. Natuurlijk kan deze vochtigheid tijdens langdurige droogteperiodes sterk afnemen. Maar dit vochtige microklimaat helpt het risico op bosbranden te beperken.
* Mycorrhiza: een samenwerking tussen schimmels en de wortels van planten en bomen. Deze symbiose verbetert de leefomstandigheden van planten en bomen.
Enkele kwetsbare zones, maar met gespreide ligging
Naaldbos met adelaarsvaren in de kruidlaag vormt wel een aantal gevoeligere zones. De hars die in de naalden en onder de schors aanwezig is, is zeer brandbaar. Ook de verdroogde varens van het voorgaande jaar vormen een gemakkelijker ontvlambaar materiaal, vooral buiten het groeiseizoen (maart-april). Gelukkig beslaan deze percelen slechts beperkte en verspreid liggende oppervlakten, wat het risico helpt beperken.
Een dicht netwerk van wegen en paden
Het Zoniënwoud beschikt over een bijzonder dicht netwerk van wegen, paden en boswegen. Deze honderden kilometers aan wegen en paden maken een snelle interventie van de brandweer en de inzet van middelen om een beginnende brand onder controle te krijgen mogelijk.
Bovendien vormt de aanwezigheid van bezoekers op dit dichte netwerk eveneens een voordeel: wanneer ergens brand uitbreekt, is de kans groot dat deze relatief snel opgemerkt wordt.
Risicoanalyse en maatregelen
Hoewel de structuur van het Zoniënwoud sterk verschilt van die van bosgebieden zoals de Hoge Venen of de Gironde in Frankrijk, bestaat er helaas geen nulrisico. Onvoorzichtigheid of onachtzaamheid van bepaalde personen heeft in het verleden al geleid tot beginnende branden die gelukkig snel konden worden bedwongen. Het ging om grondbranden die beperkt bleven tot de bodem en de kruidlaag.
Een grote bosbrand zou belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de sterk verstedelijkte omgeving van het bos. De bosbeheerders hebben uiteraard niet gewacht tot de rampzalige zomer van 2026 om zich over deze kwestie te buigen. Verschillende maatregelen zijn al van kracht; ze worden opnieuw geëvalueerd en waar nodig versterkt.
Aaneengesloten bladerdek en gelaagde structuur
De teams die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het woud werken volgens het principe van het ongelijkjarige, gemengd woud (“forêt jardinée”). Het gaat om een beheersysteem waarbij bomen individueel worden geoogst. In tegenstelling tot de kaalkap die vroeger werd toegepast, maakt deze beheervorm het mogelijk om een aaneengesloten bladerdek te behouden. Dit gesloten bladerdek beperkt de verdamping doordat het zonnestraling onderschept en een bosklimaat in stand houdt. Daardoor is er een hogere luchtvochtigheid dan op een open plek en zijn er minder sterke temperatuurschommelingen.
Een meerlagige structuur van de vegetatie, bestaande uit verschillende boomsoorten, maakt eveneens deel uit van de doelstellingen van de bosbeheerplannen. Naast beuken krijgen ook andere inheemse loofboomsoorten de kans om binnen de percelen te groeien.
Deze diversiteit en de aanwezigheid van bomen van verschillende leeftijden en dus van verschillende hoogtes remmen de beweging van warme lucht naar boven, verhogen de luchtvochtigheid en vormen bovendien een barrière tegen de snelle verspreiding van een brand.
Deze beheervorm zal daarom in de toekomst worden voortgezet en versterkt.
Dood hout en biodiversiteit
In het bos is de aanwezigheid van dood hout – zowel staande als liggende bomen – al aanzienlijk en deze zal verder worden versterkt. Waarom?
- Dood hout vormt een waardevol leefgebied voor de biodiversiteit.
- Dood hout op de bodem vormt op zichzelf een belangrijk vochtreserve.
- Een bodem die rijk is aan levende organismen is luchtig en daardoor in staat om water op te nemen en zo waterreserves opnieuw aan te vullen.
Met andere woorden: de biodiversiteit is een van de elementen die ons kan beschermen tegen brand.
Een interventieplan
De bosbeheerders besteden veel aandacht aan een goede samenwerking met de brandweer. In nauwe samenwerking met de Brusselse Brandweer werd een interventieplan opgesteld: het bospersoneel zorgt 24 uur per dag, 7 dagen per week voor permanentie.
Sensibilisering van bezoekers
Tot slot zal de sensibilisering van bosbezoekers via verschillende kanalen worden versterkt, onder meer via publicaties op sociale media en op de website. Het bospersoneel en de Zoniënvrijwilligers, die tijdens periodes van droogte extra waakzaam zijn, spelen een essentiële rol bij deze sensibilisering: zij vormen het eerste aanspreekpunt voor het publiek dat het woud bezoekt.
We hebben allemaal een rol te spelen
Als bezoekers van deze prachtige biotoop hebben we allemaal een rol te spelen bij het beperken van het risico op bosbranden. Dit is wat we kunnen doen:
Bescherm de biodiversiteit die helpt om de bodem levend, luchtig en vochtig te houden
- Blijf op de paden
- Zo voorkomen we dat we het kleine bodemleven vertrappen.
- En zo zorgen we ervoor dat er voldoende zuurstof in de bodem aanwezig blijft. Verdichte bodems zijn namelijk weinig poreus; water kan er moeilijk in doordringen en vocht en micro-organismen kunnen er moeilijk in stand blijven.
- Laat bloemen bloeien en paddenstoelen groeien: Pluk niets en laat alles ter plaatse zijn levenscyclus voortzetten. Zo dragen we ertoe bij dat soorten zich jaar na jaar kunnen voortplanten en het woud vochtig blijven houden.
- Laat dood hout liggen: het vormt een waardevol leefgebied voor een groot aantal soorten en een belangrijk vochtreservoir.
Laten we er samen voor zorgen dat er geen brand veroorzaakt kan worden:
- Geniet van de frisse boslucht, maar liefst zonder sigaret. Laat peuken nooit achter in de natuur.
- Vuur maken in het woud is altijd verboden.
- Neem je afval en lege flessen mee. Glas kan door het lenseffect droog gras of bladeren laten branden.
Het bospersoneel en de Zoniënvrijwilligers zijn er om je tijdens je bezoek aan deze goede gewoontes te herinneren. Bedankt om zorg te dragen voor dit prachtige en unieke ecosysteem!
September 2026
Opgesteld door Zoniënvrijwilligster Nadine Lints voor de Stichting Zoniënwoud, op basis van gesprekken met de bosbeheerders van het Zoniënwoud en een artikel met als titel ‘When our forests go up in flames: water at the heart of life, the main defence against wildfires’, van de hand van C. Nieberding, J.-C. Mangeot, P. Dupriez en P. Mathy. Dank aan Frederik Vaes voor het nalezen en aan Luc Bouwens voor de vertaling.